noen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • noen
enkelvoud meervoud
naamwoord noen -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

noen m

  1. (tijdrekening) twaalf uur in de middag
    Pas tegen de noen zou de jongen tevoorschijn komen.[1]
Synoniemen
Antoniemen
Verwijzingen
  1. Kruistocht in spijkerbroek. T. Beckman 2004


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • no·en
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord nǫkurr.
Naar frequentie 60
  enkelvoud meervoud
mannelijk vrouwelijk onzijdig
voornaamwoord   noen     noen     noe     noen  

Onbepaald voornaamwoord

noen, m/v

  1. iemand, mannelijke en vrouwelijke vorm enkelvoud van het onbepaalde voornaamwoord noen
  2. een of ander, een

Onbepaald voornaamwoord

noen, mv

  1. enkele
  2. sommige
    «Hotellet har 31 rom, noen rom med utsikt mot Trysilfjellet.»
    Het hotel heeft 31 kamers, sommige kamers met uitzicht op de bergen van Trysil.


Nynorsk

Onbepaald voornaamwoord

noen
  1. verouderde spelling of vorm van nokon van vóór 2012
(verouderd) mannelijke en vrouwelijke vorm enkelvoud en meervoudsvorm van het onbepaalde voornaamwoord noen


West-Vlaams

Zelfstandig naamwoord

noen

  1. middag