ochtend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • och·tend
enkelvoud meervoud
naamwoord ochtend ochtenden
verkleinwoord ochtendje ochtendjes

Zelfstandig naamwoord

ochtend m

  1. (tijdrekening) eerste deel van de dag, tussen ca. 6.00 en 12.00 uur
    Waarom breekt er elke ochtend als de zon opkomt een vogelconcert los?
  2. (tijdrekening) de tijd tussen het opstaan en 12.uur 's middags
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen