eergisteren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eer·gis·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijwoord van tijd: op de dag voor gisteren’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • van Middelnederlands (e)erg(h)isteren, samenstelling van eer en gisteren[2]

Bijwoord

eergisteren

  1. (tijdrekening) de voorlaatste dag die voltooid is
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen