eergisteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eer·gis·te·ren

Bijwoord

eergisteren

  1. (tijdrekening) de voorlaatste dag die voltooid is
    Vandaag is het zaterdag, gisteren was het vrijdag, eergisteren was het donderdag, morgen is het zondag en overmorgen is het maandag.
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen