Naar inhoud springen

vanmorgen

Uit WikiWoordenboek
  • van·mor·gen

vanmorgen

  1. de afgelopen ochtend
     Je hebt vanmorgen nog een uur gejogd in het park.[1]
     Ik was al om vier uur op vanmorgen.[1]
     Ik had vanmorgen even getwijfeld of ik mijn kloeke loopschoenen en afritsbroek vandaag al moest aantrekken terwijl we alleen een stadswandeling gaan maken, maar waarom niet? Het kan bloedheet worden, dan gaat alles gauw schuren.[1]
  2. de huidige ochtend
    • Ik ga vanmorgen naar de huisarts. 
99 %van de Nederlanders;
95 %van de Vlamingen.[2]
  1. 1 2 3
    Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be