vanmorgen
Uiterlijk
- van·mor·gen
- samenstelling van van en morgen
vanmorgen
- de afgelopen ochtend
- ▸ Je hebt vanmorgen nog een uur gejogd in het park.[1]
- ▸ Ik was al om vier uur op vanmorgen.[1]
- ▸ Ik had vanmorgen even getwijfeld of ik mijn kloeke loopschoenen en afritsbroek vandaag al moest aantrekken terwijl we alleen een stadswandeling gaan maken, maar waarom niet? Het kan bloedheet worden, dan gaat alles gauw schuren.[1]
- de huidige ochtend
- Ik ga vanmorgen naar de huisarts.
1. de afgelopen ochtend
- Het woord vanmorgen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "vanmorgen" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 95 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- 1 2 3 Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 95 %