maandags

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • maan·dags
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van maandag met het achtervoegsel -s
stellend
onverbogen maandags
verbogen maandagse
partitief maandags

Bijvoeglijk naamwoord

maandags

  1. (tijdrekening) op de maandag betrekking hebbend
    • Lekker onbezorgd een maandags terrasje doen in Leuven! 

Bijwoord

maandags

  1. (tijdrekening) op maandagen
    • We gaan maandags meestal winkelen. 
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders
71 % van de Vlamingen.