morgengave

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mor·gen·ga·ve
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord morgengave morgengaven
verkleinwoord morgengavetje morgengavetjes

Zelfstandig naamwoord

morgengave v/m

  1. een bruidsschat die binnen het Morganatische huwelijk door een man aan zijn vrouw wordt gegeven de ochtend na de huwelijksnacht
    • De morgengave is nu puur symbolisch maar was vroeger noodzaak. 
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen