boekenlegger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boe·ken·leg·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boekenlegger boekenleggers
verkleinwoord boekenleggertje boekenleggertjes

Zelfstandig naamwoord

boekenlegger m

  1. boekenlegger is een hulpmiddel om bij te houden waar iemand is tijdens het lezen van een boek.
    • een leeslint is een ingebouwde boekenlegger. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be