Boekenweek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Boe·ken·week
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord Boekenweek Boekenweken
verkleinwoord Boekenweekje Boekenweekjes

Zelfstandig naamwoord

Boekenweek v / m [1]

  1. periode van omstreeks een week waarin getracht wordt het lezen (en kopen!) van boeken te bevorderen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen