adresboek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • adres·boek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord adresboek adresboeken
verkleinwoord adresboekje adresboekjes

Zelfstandig naamwoord

adresboek o

  1. een boek met alfabetisch en/of systematisch geordende adressen
    • Hij was het adresboek kwijtgeraakt. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.