adresboek
Uiterlijk
- adres·boek
- samenstelling van adres en boek
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | adresboek | adresboeken |
| verkleinwoord | adresboekje | adresboekjes |
het adresboek o
- een boek met alfabetisch en/of systematisch geordende adressen
- Hij was het adresboek kwijtgeraakt.
- ▸ Ik schrok op toen Quick met schorre stem riep: 'In het laatje ligt een adresboek. Bij de T van Taxi.'[1]
1. een boek met alfabetisch en/of systematisch geordende adressen
- Het woord adresboek staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "adresboek" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Jessie Burton (vert.Marja Borg)“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %