administratie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad·mi·nis·tra·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord administratie administraties
verkleinwoord administratietje administratietjes

Zelfstandig naamwoord

administratie v

  1. (bedrijfskunde) de plaats waar gegevens zorgvuldig worden vastgelegd zodat ze later terug te vinden of te controleren zijn
    • Zijn inschrijving kon niet worden teruggevonden in de administratie. 
  2. beherend orgaan van een instantie inclusief de administratieve stukken en de personen die hiervoor gaan
    • Tarieven zijn op te vragen bij de administratie. 
  3. beheer of bestuur
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen