hon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • hon
Naar frequentie 39

Persoonlijk voornaamwoord

hon

  1. zij (vrouwelijke vorm, derde persoon enkelvoud)

Zelfstandig naamwoord

hon

  1. nominatief gemeenschappelijk geslacht enkelvoud van ho