klassenboek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klas·sen·boek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klassenboek klassenboeken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

klassenboek o [1]

  1. een logboek waarin de leraar de lesstof, het huiswerk, de absentielijst en eventuele opmerkingen opschrijft en waarin ook het rooster staat
    • Uit het onderzoek van de Inspectie blijkt dat veel scholen creatief omspringen met de noodzakelijke schoolkosten. Er zijn scholen die onder die post bijvoorbeeld de kosten onderbrengen van een leerlingvolgsysteem, een toegangspasje, het klassenboek, het proefwerkpapier, de leerlingbegeleiding en de decaan, verzekeringen en het wassen van de scheikundejassen. „Dat gebeurt niet af en toe, maar komt regelmatig voor”, schrijft de Inspectie. Vervolgens wordt ouders gevraagd deze kosten te voldoen, omdat ze geen onderdeel zouden uitmaken van de vrijwillige ouderbijdrage.[2] 
    • In twee verhalen die op de middelbare school spelen, 'Postzegels' en 'Macho', wordt feilloos de terreur van een leraar in zijn koninkrijk, het angstzweet uitwasemende klaslokaal, beschreven. De zouteloze grapjes - een extra tafeltje een 'appendix' noemen -, het ingesleten sarcasme - 'Wat hebben we hier? Als ik het goed heb en ik heb het goed dan is dit geen wiskunde!' -, het vernederende hardop noemen van onvoldoendes en het afstraffen van uitzonderlijkheid - de jongen die een gloedvolle spreekbeurt houdt over zijn postzegels moet voortaan het gehate klassenboek dragen -, het is allemaal overbekend en herkenbaar, maar het is wel heel goed opgeschreven, trefzeker, met strak bedwongen haat.De voorspelbaarheid zit hem in het karakter van de jongen, arme postzegelverzamelaar, eenzame klassieke-muziekliefhebber. [3]  
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Bart Funnekotter 21 april 2010
  3. Volkskrant Aleid Truijens 11 februari 2000