grootboek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • groot·boek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord grootboek grootboeken
verkleinwoord grootboekje grootboekjes

Zelfstandig naamwoord

grootboek o

  1. (financieel) de verzameling van alle grootboekrekeningen met de wijzigingen die zich gedurende een bepaalde periode voordoen
    • In een grootboek wordt van elke grootboekrekening afzonderlijk een overzicht bijgehouden. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Meer informatie