taalboek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • taal·boek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord taalboek taalboeken
verkleinwoord taalboekje taalboekjes

Zelfstandig naamwoord

taalboek o

  1. (leer)boek om een taal te leren.
    • Toen de leerlingen met de taalles begonnen moesten ze hun taalboek' pakken. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.