Naar inhoud springen

boekje

Uit WikiWoordenboek
  • boek·je

hetboekjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord boek
     'Neel Ik moest van haar een adresboek pakken en daar zat die brief in! Maar luister, in dat boekje zat ook een telegram van Harold Schloss, uit juli 1936.[1]
     fi Een vriendin, de oudste uit een nest van vier, drukt me een boekje in handen dat volgens haar moeder een veelbesproken titel was op het schoolplein van de vrije school in de jaren negentig.[2]
  • volgens het boekje verlopen
zich precies volgens plan ontwikkelen
  Alles was ongetwijfeld volgens het boekje verlopen, meldde hij. [3] 
  • buiten het boek je gaan
zich niet aan de regels houden
 'Ik ben bang dat ik buiten mijn boekje ben gegaan.[4]
 Otto zou zeggen dat ze buiten haar boekje gaat.[5]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[6]
  1. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Lynn Berger
    “De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697
  3. Suzanne Vermeer: All-inclusive 2008
  4. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  5. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be