boekenwurm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Boekenwurm, (Carl Spitzweg, 1851, Grohmann Museum, Milwaukee)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boe·ken·wurm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boekenwurm boekenwurmen
verkleinwoord boekenwurmpje boekenwurmpjes

Zelfstandig naamwoord

boekenwurm m

  1. iemand die altijd met zijn met zijn neus in de boeken zit
  2. (insecten) papieretend insect dat berucht is vanwege zijn destructieve effect op boeken
    • waarom heb je nu net dit boek bewaard?
      er zit een boekenwurm in
      dat beest mag niet lijden onder mijn groei
      (vrij naar Simon Carmiggelt)
       
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen