boekenkast

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boe·ken·kast
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boekenkast boekenkasten
verkleinwoord boekenkastje boekenkastjes

Zelfstandig naamwoord

boekenkast v/m

  1. een kast voor de opslag en het laten zien van boeken
    • In het kleine vertrek stonden langs drie wanden boekenkasten, de vierde wand had daar geen ruimte voor, die bevatte de enige deur. 
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie