oefenboek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oe·fen·boek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oefenboek oefenboeken
verkleinwoord oefenboekje oefenboekjes

Zelfstandig naamwoord

oefenboek o

  1. een boek met oefeningen dat in het onderwijs gebruikt wordt
    • Naast het lesboek Nederlands hadden we ook een oefenboek om invuloefeningen te maken zodat we de lesstof ook in de praktijk konden brengen. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.