Naar inhoud springen

live

Uit WikiWoordenboek
  • live
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘niet van bandopnames’ voor het eerst aangetroffen in 1966 [1] [2]
stellend
onverbogen live
verbogen

live

  1. (media) rechtstreeks zonder eerst opnames te maken
     De wens om live een wedstrijd bij te wonen werd aangewakkerd via advertenties, maar vooral ook via de groeiende sportpers, sportlectuur en - literatuur.[4]
     Zo zond de commerciële tv-zender Pink in februari 1995 de hele dag live de bruiloft uit van de beruchte crimineel en militieleider Arkan en de Servische turbofolk:angeres Ceca.[5]
95 %van de Nederlanders;
96 %van de Vlamingen.[6]


live

  1. live, rechtstreeks
  2. levend
  3. levendig
  4. onder stroom staand

live

  1. leven
  2. verderleven
  3. wonen


live

  1. (taal) Lijflands


live

  1. boek


live m

  1. boek