kop

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kop
Woordherkomst en -opbouw
  • [A] van Latijn caput, van Indo-Europees *kauput- waarvan ook het Germaanse *xaubiþa- komt (verg. Nederlands: hoofd)
  • [B] van Latijn cuppa
enkelvoud meervoud
naamwoord kop koppen
verkleinwoord kopje kopjes

Zelfstandig naamwoord

[A] kop m

  1. (zoötomie) hoofd van een dier
  2. (informeel), (dysfemisme) hoofd van een mens
  3. (plantkunde) een groep bloemen die aan één steel zitten
    • Bij de supermarkt kochten we een hortensia met 6 koppen 
  4. (gereedschap) deel van een spijker, het platte ronde deel waarop men klopt met de hamer
  5. de voorkant of bovenkant van van iets
    • de kop van een lucifer, van een zeilschip 
  6. voorwerp met een oor om uit te drinken
    • Een kop koffie drinken 
  7. (typografie) opschrift boven een bericht
Opmerkingen
  • [1] 'Hoofd' wordt in principe alleen gebruikt voor mensen en paarden.
  • [2] In sommige streken van het taalgebied, zoals in Limburg, is 'kop' het gewone woord voor 'hoofd'
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2] op/aan kop liggen
aan de leiding staan, de eerste zijn (vaak bij een wedstrijd)
  • [2] iets de kop indrukken
iets onderdrukken, de verdere ontwikkeling belemmeren
  • [2] kop op!
laat je niet ontmoedigen!
  • [3] de spijker op de kop slaan
gelijk hebben, het bij het rechte eind hebben
  • [5] de kop in de wind gooien
koppig en onwillig reageren
  • Als een kip zonder kop
zonder beraad, onbesuisd
  • De kous op de kop krijgen
  • De spijker op de kop slaan
het goede antwoord geven of oplossing vinden op het goede moment
  • Een bord voor je kop hebben
  • Met de kous op de kop thuiskomen
teleurgesteld thuiskomen
  • Op de kop af zijn
precies, exact
  • Op de kop tikken
voor een goede prijs iets kopen
  • Spijkers met koppen slaan
eindelijk een stap vooruit in het proces
Vertalingen
[1] Een kopje met koffie.

Zelfstandig naamwoord

[B] kop m

  1. bakje om te drinken
  2. (bouwkunde) de korte kant van een baksteen.
Hyponiemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
koppen

kop

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van koppen
    • Ik kop. 
  2. gebiedende wijs van koppen
    • Kop! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van koppen
    • Kop je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.


Deens

Zelfstandig naamwoord

kop

  1. kop