elfkoppig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • elf·kop·pig
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen elfkoppig
verbogen elfkoppige
partitief elfkoppigs

Bijvoeglijk naamwoord

elfkoppig

  1. met elf hoofden
    • Het valt Matthijs van Nieuwkerk op dat het album verschillende muziekstijlen bevat. 'Het is een vrij gevarieerde plaat geworden', gaat Carice verder. 'Het voelt alsof het elf baby's zijn van verschillende vaders. We hebben één grote baby gemaakt, waar we trots op zijn'. 'Ook wel een elfkoppig monster', aldus JB Meijers. [1] 
  2. bestaande uit elf personen
    • Een van de zorgen die politici hebben is dat Broadcom feitelijk met een vijandige overname bezig is. Het bedrijf heeft zes personen genomineerd voor een plek in het elfkoppige bestuur van Qualcomm. Over die nominaties kunnen de aandeelhouders van Qualcomm volgende week stemmen. [2] 
    • Het elfkoppige team dat onderzoek doet naar de beruchte Bende van Nijvel in België krijgt versterking van twintig speurders en misdaadanalisten. De afgelopen tijd zijn achthonderd tips binnengekomen, waarvan er 470 nader worden uitgeplozen. Minister Koen Geens (Justitie) sprak dinsdag in het Belgische parlement over het nieuwe onderzoeksplan. [3] 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.


Verwijzingen