Naar inhoud springen

koppig

Uit WikiWoordenboek
  • kop·pig
  • afgeleid van kop met het achtervoegsel -ig
  • leenvertaling van Frans têtu [1]
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen koppigkoppigerkoppigst
verbogen koppigekoppigerekoppigste
partitief koppigskoppigers-

koppig

  1. vasthoudend aan eigen wil of inzicht
     Hoe gaan die koppige Nederlanders dan toch een fietshelm dragen? In het plan van minister Madlener wordt "zelfovertuiging" genoemd als belangrijkste tactiek.[2]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. koppig op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 16 april 2025 Weblink bron
    Noor de Kort
    “Nederlanders willen geen fietshelm, maar dat gaat misschien veranderen” (16 april 2025), NOS
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be