Naar inhoud springen

gereedschap

Uit WikiWoordenboek
  • ge·reed·schap
  • In de betekenis van ‘werktuigen’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • Afgeleid van gereed met het achtervoegsel -schap.
enkelvoud meervoud
naamwoord gereedschap gereedschappen
verkleinwoord gereedschapje gereedschapjes

hetgereedschapo

  1. (techniek) een (soms mechanisch) instrument dat gebruikt wordt om werk te kunnen doen
     Ik ben eigenlijk loodgieter en heb al mijn gereedschap en mijn bestelbus verkocht, waarvan ik deze twee paarden heb gekocht voor 2500 dollar per stuk.[2]
     Hij sorteerde zijn gereedschap in de schuur en verplaatste de winterbanden van de Saab.[3]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. "gereedschap" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Frederik Backman
    “Een man die Ove heet” (2012), Q, ISBN 9789021409221
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

gereedschap

  1. gereedschap