koploos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kop·loos
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van kop met het achtervoegsel -loos
stellend
onverbogen koploos
verbogen koploze
partitief koploos

Bijvoeglijk naamwoord

koploos

  1. zonder kop
    • Als je koploze spijkers gebruikt hoef je de lelijke kop niet weg te werken. 

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.