kopspijker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kop·spij·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kopspijker kopspijkers
verkleinwoord kopspijkertje kopspijkertjes

Zelfstandig naamwoord

kopspijker m

  1. een kleine, vlijmscherpe spijker met een platte kop

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie