donderkop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • don·der·kop
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord donderkop donderkoppen
verkleinwoord donderkopje donderkopjes

Zelfstandig naamwoord

donderkop m [1]

  1. donkere onweerswolken
    • Kijk omhoog en je ziet ze in allerlei soorten: witte donswolken, grijze sliertwolken, dreigende donderkoppen. Maar hoe ontstaan wolken? Dat onderzoek je in deze proef. [2] 
  2. een menselijk hoofd met een zeer kwade gezichtsuitdrukking
    • Mijn hoofd moet ogen als een heuse donderkop. En dat helpt. [3] 
    • Ook de vent Marsman was als een oudere broer. Op foto's bewonderde ik zijn heersersgelaat, dat in mijn verbeelding iets marmerachtigs had, nog geaccentueerd door het zwart-wit waarin het interbellum zich nu eenmaal afspeelde: hij had een blik die wetten scheen uit te vaardigen, onder een donderkop van haar. [4] 
  3. donderkopje larve van een pad
Synoniemen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC 6 februari 2010 Dr. Zeepaard maakt wolken
  3. NRC Cor van der Wijk 19 juli 1999 Storm aan het strand
  4. NRC Benno Barnard 15 maart 2002 Een man uit de pre-historie