zevenkoppig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·ven·kop·pig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van zeven en kop met het achtervoegsel -ig
stellend
onverbogen zevenkoppig
verbogen zevenkoppige
partitief zevenkoppigs

Bijvoeglijk naamwoord

zevenkoppig

  1. met zeven koppen
    • De held viel zonder te aarzelen het zevenkoppige monster aan. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.