munt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • munt
2 enkelvoud meervoud
naamwoord munt munten
verkleinwoord muntje muntjes

Zelfstandig naamwoord

munt m

  1. (medisch) (kruid) Mentha Wikispecies-logo-en.png, een plant met sterk aromatische blaadjes waarvan muntthee wordt getrokken en die als keukenkruid wordt gebruikt, pepermunt, akkermunt en kruizemunt
  2. geldstuk
  3. instelling waar geld gemunt wordt
  4. muntzijde van geldstuk
    Kop of munt?
  5. geldsoort
    de Duitse mark was een heel sterke munt
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • kop of munt gooien
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
munten

munt

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van munten
  2. gebiedende wijs van munten