kopstuk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kop·stuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kopstuk kopstukken
verkleinwoord kopstukje kopstukjes

Zelfstandig naamwoord

kopstuk o

  1. de belangrijkste personen in een bepaalde groep, bobo
    • Tijdens de Eurotop komen alle kopstukken van de internationale politiek bij elkaar. 
  2. bovenste deel van een zuil, kapiteel


Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be