dikkop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dik·kop
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘iem. met een dik hoofd’ voor het eerst aangetroffen in 1620 [1]
  • samenstelling van  dik   en  kop   [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord dikkop dikkoppen
verkleinwoord dikkopje dikkopjes

Zelfstandig naamwoord

dikkop m

  1. persoon met een dikke kop; overdrachtelijk: hoge politieke functionaris
  2. vogelsoort verwant aan de griel
  3. distelsoort
  4. tarwevariëteit
  5. vlindersoort
  6. vissoort
  7. larve van de kikker of salamander, in het stadium van uit het ei komen tot 6-9 weken(daarna wordt het een kikkervisje). Een dikkop bestaat uit een ovaalvormig lichaam en een lange staart en heeft alleen kieuwen. Een dikkop met inwendige kieuwen zal een kikker worden, en een dikkop met externe kieuwen een salamander.

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen