Naar inhoud springen

kopje

Uit WikiWoordenboek
  • kop·je

hetkopjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kop
     Ze buigt zich naar voren en zet haar kopje neer, waarbij de zon even haar kruin beschijnt.[1]
     Maar het is waar - ik zou me best op mijn gemak voelen bij koningin Elizabeth en die lange, Griekse man van haar, een kopje thee drinken, die grappige kleine hondjes van haar aaien.[2]
  • Kleine kopjes hebben ook oren
je moet uitkijken met wat je zegt als er kinderen bij zijn
  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord het hoofd, de nek
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  2. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be