wanbedrijf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wan·be·drijf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wanbedrijf
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

wanbedrijf o

  1. (juridisch) ernstig misdrijf
    • De NMBS overhandigde het hele aankoopdossier aan het parket in Brussel. Volgens de krant De Tijd gebeurde dat omdat de wet bepaalt dat een overheid, een overheidsinstantie of een ambtenaar melding moet maken van elke misdaad of wanbedrijf waarvan die op de hoogte is.[2] 
    • Dat de regenten het nog niet bonter maakten dan ze al deden, was volgens Fruin niet aan de veredeling van hun karakter toe te schrijven, “maar alleen aan de verbetering van onze staatsinstellingen, en bovenal aan de publiciteit, die hun wanbedrijf vergeldt met wat het waard is, de algemene verachting” (Uit: Nederlandsche Spectator, 1864).[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 4 juni 2013
  3. NRC H. van Wijnen 6 november 1996