Naar inhoud springen

bedrijvig

Uit WikiWoordenboek
  • be·drij·vig
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen bedrijvigbedrijvigerbedrijvigst
verbogen bedrijvigebedrijvigerebedrijvigste
partitief bedrijvigsbedrijvigers-

bedrijvig [2]

  1. tot hard werken geneigd, werkzaam, altijd bezig, nooit stil zittend, ijverig, actief
    • Er hangt een bedrijvige sfeer in het magazijn. 
98 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[3]