bedrijvig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·drij·vig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bedrijvig bedrijviger bedrijvigst
verbogen bedrijvige bedrijvigere bedrijvigste
partitief bedrijvigs bedrijvigers -

Bijvoeglijk naamwoord

bedrijvig [2]

  1. tot hard werken geneigd, werkzaam, altijd bezig, nooit stil zittend, ijverig, actief
    • Er hangt een bedrijvige sfeer in het magazijn. 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen