toneel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • to·neel
enkelvoud meervoud
naamwoord toneel tonelen [1,3]
verkleinwoord toneeltje [1] toneeltjes [1]

Zelfstandig naamwoord

toneel o

  1. een ruimte gereedgemaakt voor een vertoning of optreden voor een publiek
    Het was maar een klein toneel, maar ze maakten er goed gebruik van.
  2. kunstvorm die gebruik maakt van [1] om een publiek op een schouwspel te vergasten
    Het toneel was altijd al zijn grote liefde geweest.
  3. een schouwspel dat zich ontvouwt alsof het een toneelspel was
    De tonelen die zich na de machtsovername afspeelden zijn nauwelijks te beschrijven.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen