dochterbedrijf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • doch·ter·be·drijf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dochterbedrijf dochterbedrijven
verkleinwoord dochterbedrijfje dochterbedrijfjes

Zelfstandig naamwoord

dochterbedrijf o

  1. (bedrijfskunde) onderneming waarin een andere onderneming (het moederbedrijf) minstens voor de helft de baas is
    • De raad van bestuur van bankverzekeraar [sic!] Achmea heeft de hoofddirectie van dochterbedrijf Centraal Beheer op het allerlaatste moment verboden om verder te gaan met het opzetten van Match Makelaars. [1]
     In opdracht van toi gooiden enkele dochterbedrijven zoals GoSunny voor een spotprijsje een aantal all-inclusive reizen naar Turkije op de markt. 'Chantal onderbrak de korte stilte die hierop volgde.[2]
     Maar grotere en interessantere stromen werden gegenereerd door het dochterbedrijf Mercurius met zijn lopende effectenbeheer, waarbij de kasstroom werd geproduceerd door korte zaken met snelle winsten en de optiehandel, inclusief die met synthetische opties, terwijl effecten waarvan verwacht werd dat ze een grotere maar langlopendere waardevermeerdering zouden creëren vanzelfsprekend langzamer werkten.[3]
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Faber, H. "Achmea schoot geen droom, maar werkelijkheid van makelaars aan flarden" in: De Volkskrant jrg. 74 nr. 21699 (24 november 1995); p. 2 kol. 1; geraadpleegd 2018-10-03
  2. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  3. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “De tweede doodzonde” (2020), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044645149