bouwbedrijf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bouw·be·drijf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bouwbedrijf bouwbedrijven
verkleinwoord bouwbedrijfje bouwbedrijfjes

Zelfstandig naamwoord

bouwbedrijf o

  1. (economie) een bedrijf voor het bouwen van woningen, gebouwen en gelijksoortige constructies
    • Kongō Gumi was een Japans bouwbedrijf dat ruim 1400 jaar heeft bestaan, en daarmee het oudste bedrijf ter wereld was. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.