Naar inhoud springen

bar

Uit WikiWoordenboek
  • bar
[A] enkelvoud meervoud
naamwoord bar bars
verkleinwoord barretje barretjes

[A]debarv/m

  1. (horeca) (bouwkunde) plaats waar de gasten drank kunnen bestellen en nuttigen aan één kant van een langgerekte hoge toonbank, met bediening vanaf de andere kant
     Een paar dagen later kwam ik Goldie, Pogue en de rest weer tegen aan de bar in het bergdorpje Wrightwood.[9]
     Volle eettafels, barretjes waarop talloze glazen stonden, de lachende gezichten van Max en Dennis. . . Geschrokken knipperde ze met haar ogen.[10]
  2. (horeca) (bedrijf) gelegenheid waar men drank kan bestellen en nuttigen
     Op 22 juli 1988 moeten we elkaar weer ontmoeten in deze bar.[11]
  • [1] aan de bar
  • [1] achter de bar
  • [1] op de bar
  • [2] in de bar
Naast onderstaande samenstellingen zijn er ook rechtstreeks aan het Engels ontleende woorden waarin "bar" een andere betekenis heeft.
[B] enkelvoud meervoud
naamwoord bar bar
baren
verkleinwoord - -

[B]debarm

  1. (natuurkunde), (techniek) eenheid van druk, circa 1 atmosfeer (symbool: bar)
    • Eén bar is gelijk aan 100 kilopascal (100kPa.) 
     Begin volgend jaar gaat de bouw van opslagruimte voor in totaal 37 megaton CO2 van start. Die capaciteit is berekend op basis van de druk die in het gasveld opgebouwd kan worden. Voor de gaswinning was de druk daar 350 bar. Door verdwijnen van het gas is dat nu nog minder dan 20 bar; het idee is CO2 toe te voegen tot de druk 300 bar is.[12]
[C] enkelvoud meervoud
naamwoord bar -
verkleinwoord - -

[C]debarm

  1. geen meervoud (Jiddisch-Hebreeuws) mannelijk kind (in onderstaande verbindingen)
  • ben
  • mannelijke vorm van bat (C)
[D] stellendvergrotendovertreffend
onverbogen barbarder
barrer
barst
verbogen barrebardere
barrere
barste
partitief barsbarders
barrers
-

[D] bar

  1. verschrikkelijk, bijvoorbeeld bijzonder koud
    • Het was bar weer voor de kampeerders: veel regen en harde wind. 
     Wanneer een Amerikaan twee dagen in Nederland is en het regent, wanneer één winkelier hem afzet en wanneer één automobilist hem bijna overrijdt op een zebrapad, is hij geneigd te zeggen dat Nederland een bar klimaat heeft, dat alle winkeliers oneerlijk zijn en dat automobilisten rijden als gekken. Het eerste is misschien waar, maar de rest zeker niet.[13]

[D] bar

  1. erg, in hoge mate (vooral in combinatie met iets ongunstigs)
    • Het is bar slecht. 
     Ze versperden haar de doorgang. Ik vond het bar griezelig en heb maar gauw voortgemaakt om voor zessen thuis te zijn.[14]
  • bar gezellig
    buitengewoon aangenaam (van een informele ontmoeting; de eigenlijk negatieve gevoelswaarde wordt hier gebruikt voor een intensiverende samenstelling)
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[15]
enkelvoud meervoud
bar bars

bar

  1. staaf, stang, stok [1]
  2. tralie
  3. streep, strook
  4. ondiepte
  5. (horeca) bar [1]
  6. (natuurkunde) bar [2]
  7. (juridisch) advocatuur, balie [2]
  8. (politiek) ruimte voor niet-leden in het parlement
  9. (muziek) maatstreep
vervoeging
onbepaalde wijs to  bar 
he/she/it  bars 
verleden tijd  bared 
voltooid
deelwoord
 bared 
onvoltooid
deelwoord
 baring 
gebiedende wijs  bar 

bar

  1. overgankelijk vergrendelen, afsluiten
  2. overgankelijk versperren
  3. overgankelijk verbieden
  4. (juridisch) een exceptie opwerpen
  5. (muziek) de maat aangeven met maatstrepen
  6. (informeel), overgankelijk haten, verafschuwen

bar

  1. behalve

bar

  1. erg, heel
  • bar

bar

  1. verleden tijd van bere
Periodiek systeem der elementen (pol)
H He
Li Be B C N O F Ne
Na Mg Al Si P S Cl Ar
K Ca Sc Ti V Cr Mn Fe Co Ni Cu Zn Ga Ge As Se Br Kr
Rb Sr Y Zr Nb Mo Tc Ru Rh Pd Ag Cd In Sn Sb Te I Xe
Cs Ba * Hf Ta W Re Os Ir Pt Au Hg Tl Pb Bi Po At Rn
Fr Ra ** Rf Db Sg Bh Hs Mt Ds Rg Cn Nh Fl Mc Lv Ts Og
* La Ce Pr Nd Pm Sm Eu Gd Tb Dy Ho Er Tm Yb Lu
** Ac Th Pa U Np Pu Am Cm Bk Cf Es Fm Md No Lr

bar m

  1. (scheikunde), (element) Ba, barium.
  • bar
enkelvoud meervoud
bar bars

bar m

  1. bar, kroeg
  • bar

bar monbezield

  1. bar, kroeg, café

bar

  1. erg, heel
  • bar

bar

  1. verleden tijd actief van bära.