discobar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dis·co·bar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord discobar discobars
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

discobar m/v

  1. café waar opnames van popmuziek worden afgespeeld waar op gedanst kan worden
  2. (geschiedenis) deel van een platenwinkel of warenhuis waar men zittend op een barkruk via een koptelefoon mogelijk aan te schaffen muziek kan beluisteren

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen