barst

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • barst
enkelvoud meervoud
naamwoord barst barsten
verkleinwoord barstje barstjes

Zelfstandig naamwoord

barst v/m

  1. een breuklijn in een breekbaar voorwerp
    • Er zit een barst in de voorruit. 
  2. geen barst: niets
    • Ik snap er geen barst van, want wiskunde is veel te moeilijk voor mij. 
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

barst

  1. onverbogen vorm van de overtreffende trap van bar

Bijvoeglijk naamwoord

  1. onverbogen vorm van de overtreffende trap van bars

Werkwoord

vervoeging van
barsten

barst

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van barsten
  2. gebiedende wijs van barsten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie