verbieden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
verbieden verbiedend
verbod verboden
Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·bie·den
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘door een gebod ontzeggen’ voor het eerst aangetroffen in 1236 [1]
  • Afgeleid van bieden met het voorvoegsel ver-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verbieden
verbood
verboden
klasse 2 volledig

Werkwoord

verbieden

  1. een bepaalde handeling strafbaar stellen.
    • De toegang is voor onbevoegden streng verboden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen