ferm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ferm
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘flink’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1815 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ferm fermer fermst
verbogen ferme fermere fermste
partitief ferms fermers -

Bijvoeglijk naamwoord

ferm

  1. krachtig, kracht tonend
    • De partij neemt ferme standpunten in. 
    • Hij gaf hem een ferme klap op de schouder. 
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Pools

Zelfstandig naamwoord

  1. ferm - fermium; een scheikundig element met symbool Fm en atoomnummer 100