vergrendelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·gren·de·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vergrendelen
vergrendelde
vergrendeld
zwak -d volledig

Werkwoord

vergrendelen

  1. overgankelijk een vergrendeling aanbrengen
    • Hij sloot de cel en vergrendelde de deur. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.