muziek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mu·ziek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord muziek -
verkleinwoord muziekje muziekjes

Zelfstandig naamwoord

muziek v

  1. (kunst) door mensen geordend akoestisch fenomeen binnen een afgebakend tijdsinterval
    De traditionele elementen van muziek zijn: ritme, melodie en harmonie.
    de muziek van Bach
  2. toonkunst
    muziek maken
    aan ~ doen
  3. voor reproductie van compositie vastgelegde muziek
  4. voor reproductie van klank vastgelegde muziek
    ~ verzamelen
  5. een verschijningsvorm van de onder 1) genoemde definitie
    graag ~ in huis hebben
    ~ beluisteren
    er is ~ aanwezig
  6. (figuurlijk) geluid dat om gevoelsmatige of esthetische waarde gemaakt of gehoord wordt
    de muziek van de zee
  7. (figuurlijk) positieve waardering
    daar zit ~ in
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Overerving en ontlening
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

zho:muziek

Meer informatie