streep

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • streep
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘lijn’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 918 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord streep strepen
verkleinwoord streepje streepjes

Zelfstandig naamwoord

streep v/m

  1. een min of meer rechte getrokken lijn of lijnstuk
    • Als het fout is, zet de leraar er een dikke streep door. 
  2. (figuurlijk) een begrenzing die niet overtreden dient te worden
    • We zetten er een streep onder. 
    • Ik ging over de streep. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2]: iemand over de streep trekken
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
strepen

streep

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strepen
    • Ik streep. 
  2. gebiedende wijs van strepen
    • Streep! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strepen
    • Streep je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen