Naar inhoud springen

tal

Uit WikiWoordenboek
  • tal
  • In de betekenis van ‘(grote) hoeveelheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord tal tallen
verkleinwoord - -

hettalo

  1. een numerieke hoeveelheid
    • Wy groeien vast in tal en last:
      ons tweede vaders klagen.
      Ay ga niet voort door deze poort,
      of help een luttel dragen’.[2]
       
  2. ~ van: vrij veel
    • Hij heeft tal van onderscheidingen gekregen. 
     Terwijl ze langs de Indiase oostkust omhooggaan worden de wolken dunner; het ochtendlicht wint aan kracht, is even schel, en dan schuift er bij de Golf van Bengalen een nevel met tal van sliertige wolkjes binnen en mondt de zilte Gangesdelta uit in Bangladesh.[3]
     Sinds de ' halfzachte' landing van NEAR-Shoemaker op Eros zijn tal van planetoïden in detail bestudeerd door ruimtesondes.[4]
95 %van de Nederlanders;
94 %van de Vlamingen.[5]
  • tal
  • Afgeleid van het Middelhoogduitse tal

tal o

  1. (geologie) dal; een laagte in een heuvel- of bergstreek
  • tal

tal

  1. (wiskunde) getal; abstracte weergave van een hoeveelheid m.b.v. cijfers en eventueel een komma en een punt
  2. (taalkunde) getal; vorm van een woord die aangeeft of er sprake is van één of meer eenheden
  1. oantal
  • tal
  • Afgeleid van het Oudsaksische tala

tal

  1. getal
  • tal
  • Afgeleid van het Proto-Germaanse *dalą

tal m/o

  1. (geologie) dal; een laagte in een heuvel- of bergstreek
Periodiek systeem der elementen (pol)
H He
Li Be B C N O F Ne
Na Mg Al Si P S Cl Ar
K Ca Sc Ti V Cr Mn Fe Co Ni Cu Zn Ga Ge As Se Br Kr
Rb Sr Y Zr Nb Mo Tc Ru Rh Pd Ag Cd In Sn Sb Te I Xe
Cs Ba * Hf Ta W Re Os Ir Pt Au Hg Tl Pb Bi Po At Rn
Fr Ra ** Rf Db Sg Bh Hs Mt Ds Rg Cn Nh Fl Mc Lv Ts Og
* La Ce Pr Nd Pm Sm Eu Gd Tb Dy Ho Er Tm Yb Lu
** Ac Th Pa U Np Pu Am Cm Bk Cf Es Fm Md No Lr
  • tal

tal

  1. (scheikunde)(element) thallium; scheikundig element met atoomnummer 81. Het is een zilverwit hoofdgroepmetaal
stellend vergrotend overtreffend
taltalachtalaf

tal

  1. lang, hoog
  enkelvoud meervoud
mannelijk tal tales
vrouwelijk tal tales
  • tal

tal

  1. zulk,dergelijk, soortgelijk,zo, zo'n, zodanig
  2. een zekere, de bewuste

tal

  1. zo, op die manier
  • tal

tal

  1. deel
tals enkelvoud meervoud
  onbepaald bepaald onbepaald bepaald
  nominatief     tal     talet     tal     talen  
  genitief     tals     talets     tals     talens  
  1. getal