kroeg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kroeg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kroeg kroegen
verkleinwoord kroegje kroegjes

Zelfstandig naamwoord

kroeg v/m

  1. publieke drinkgelegenheid
    Hij komt graag wat drinken in de kroeg.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl