tul

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: TulltUL


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tul
Woordherkomst en -opbouw
[A]+[B] enkelvoud meervoud
naamwoord tul tullen
verkleinwoord tulletje tulletjes
1. strook tul, versierd met slingermotief

Zelfstandig naamwoord

[A] tul v / m

  1. (textielindustrie) fijn netvormig weefsel
    • Men ontkleedde de stronk en een klassicist versierde het benedenlichaam met witte tul. [5]
    • Elk hunner hield voor zich een vierkant raam, waarover een stuk tul of geweven kant gespannen was, en daarop borduurden zij, met naald en draad, allerlei bloemen en loofwerk. [6]
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

[B] tul m / v

  1. (pejoratief) (verouderd) iemand die teveel drinkt
    • (…) Wert ghy Vrindelijck Gebeen,
      Ter Begravenis te komen
      Met het Lijck vry sonder schroomen
      Van Fransje de droncke Tul,
      Och! hy is nu doot dien Sul.
       [7]
Synoniemen
Een blauwe met witte tul.

Zelfstandig naamwoord

[B] tul v

  1. bolvormig voorwerp waarop babies kunnen zuigen met daaraan een schijf die op de lippen blijft rusten en zo inslikken voorkomt
Synoniemen

Gangbaarheid

29 % van de Nederlanders;
39 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Pools

Zelfstandig naamwoord

  1. tul - thulium; een scheikundig element met symbool Tm en atoomnummer 69