zwaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwaar
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘veel wegend’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1220 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zwaar zwaarder zwaarst
verbogen zware zwaardere zwaarste
partitief zwaars zwaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

zwaar

  1. van groot gewicht
     Terwijl ik goedkeurend met mijn vinger langs de vergulde lambrisering streek, de dikte voelde van de stof van de zware, oker overgordijnen en de stoel wegschoof om de openslaande deuren te openen naar het terras, dat uitzicht bood op de rozentuin, of wat daarvan over was, en de vijver met de defecte fontein, bedacht ik dat ik nog tijd genoeg zou hebben om deze kamer en detail te beschrijven.[2]
  2. van grote moeilijkheidsgraad
    • evolutie vindt plaats als de dieren het zwaar hebben 
     Uw witte schimmel is zwaar ziek, het zal zeker zes weken duren voordat hij weer beter is. En het is het enige paard dat over de daken kan rijden!'[3]
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen