haten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ha·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘sterke afkeer voelen’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
  • [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
haten
/'ɦatə(n)/
haatte
/'ɦatə/
gehaat
/ɣə'ɦat
zwak -t volledig

Werkwoord

haten

  1. overgankelijk kwade gevoelens jegens iemand koesteren
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen