barkruk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bar·kruk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord barkruk barkrukken
verkleinwoord barkrukje barkrukjes

Zelfstandig naamwoord

barkruk v/m

  1. een hoge kruk zonder leuning de gebruikt wordt om aan de bar van een café te kunnen zitten.
    De dronken man viel van zijn barkruk af.

Meer informatie